Als student journalistiek ben ik net terug van mijn eerste reis naar Rusland, als mijn leven een enorme wending neemt. Terug in Amersfoort hoor ik voor het eerst van het Russisch Ereveld, een haast vergeten begraafplaats voor Sovjetsoldaten nabij mijn geboortestad.
Ik ben 22 jaar, als ik langs lange rijen oorlogsgraven loop. Honderden grafstenen lichten op, als de zon ze door de pijnbomen beschijnt. Mijn oog valt op het mysterieuze letterschrift. Nooit eerder ben ik hier geweest, maar nu al heeft deze merkwaardige begraafplaats een vreemde aantrekkingskracht op mij.
Wie zijn deze soldaten? Hoe zijn ze hier beland? En hoe komt het dat ik, geboren en woonachtig in Amersfoort, nog nooit van dit Russisch Ereveld had gehoord?
Deze vragen vormen het begin van een langdurige zoektocht. In de jaren die volgen, sla ik het stof van verloren gewaande archieven af. Ik vind het bovenal moeilijk te verkroppen dat de families van deze Sovjetsoldaten nooit zijn geïnformeerd over het lot van hun vermiste. Als beginnend journalist is het een enorme uitdaging dit ereveld uit de vergetelheid te halen en de soldaten een gezicht te geven.
De zoektocht leidt naar uithoeken van een vreemd, ingestort wereldrijk: de voormalige Sovjetunie. Daar wonen de achterblijvers: de echtgenotes, broers en zussen én de kinderen van de soldaten, die opgroeiden zonder vader. Tientallen jaren verkeren zij in onzekerheid over het lot van hun geliefde familielid, totdat ik – een boomlange jongen uit het verre, onbekende Nederland – hen kom vertellen waar hij begraven ligt.
Ik slaag er 55 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog als eerste in nabestaanden op te sporen van de bij Amersfoort begraven soldaten. Jaren nadat ik voor het eerst langs de gele stenen op het Russisch Ereveld liep, staan familieleden van de soldaten huilend met bloemen in de hand aan het graf van hun vader.
Inmiddels heb ik, met hulp van mijn vrouw Irina, in de hele voormalige Sovjetunie meer dan honderd families verwittigd.

