Meer dan 65 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn opnieuw nabestaanden getraceerd van oorlogsslachtoffers uit de Sovjet-Unie, die in Leusden begraven liggen. In Georgië werden de families van Pido Pitschelaoeri en Severjan Kankia opgespoord en geïnformeerd.
Pitschelaoeri werd krijgsgevangen genomen door het Duitse leger en naar een kamp in het Ruhrgebiet overgebracht. Hij stierf aan tuberculose in het stadje Bad Lippspringe, waarvandaan hij door het Amerikaanse leger naar Margraten werd overgebracht. In 1947 kreeg Pitschelaoeri een laatste rustplaats op het Russisch Ereveld. Zijn neven en nichten zijn bijzonder dankbaar nu ze eindelijk weten wat er met Pido, die al die jaren als vermist te boek stond, is gebeurd.
Kankia behoorde tot een groep Georgiërs, die op het fort aan de Sint Aagtendijk in Beverwijk door de Duitsers werd geëxecuteerd. Zij hadden in krijgsgevangenschap gekozen voor een Duits uniform, maar eenmaal in Nederland saboteerden ze de Duitse zaak en zochten ze contact met het verzet. Na de opstand van het Georgische bataljon op Texel besloten de Duitsers de Georgiërs in Beverwijk te vermoorden. In Tbilisi werd de kleinzoon van Kankia gevonden.
De opsporing is een gevolg van het afgelopen zomer gelanceerde slotoffensief om nog zoveel mogelijk nabestaanden van in Leusden begraven soldaten te traceren. De laatste loodjes wegen het zwaarst, nu de families die tamelijk gemakkelijk te vinden waren reeds zijn geïnformeerd.
In totaal zijn nu van 183 oorlogsslachtoffers uit de voormalige Sovjet-Unie, die in Leusden begraven liggen, de nabestaanden gevonden.





